De Plofsluis
Lang geleden had Nederland een slimme manier om zichzelf te beschermen. Stukken land werden onder water gezet om de vijand tegen te houden. Dit noemen we inundatie. Maar toen gebeurde er iets lastigs: dwars door het land werd een lang kanaal gegraven: het Amsterdam-Rijnkanaal. Heel handig voor schepen, maar niet zo handig voor de waterverdediging. Want als je het land onder water wilde zetten, kon het water via het kanaal gewoon weglopen. Daar moest dus iets op bedacht worden ...
Een sluis met een knal
Er werd een slimme oplossing bedacht: een enorme betonnen sluis die kon ontploffen! Niet per ongeluk maar expres, als het echt nodig was. Een groot, sterk bouwwerk met vijf enorme bakken werd gevuld met duizenden tonnen zand, grind en stenen. Stel je voor: wel 40.000 ton! Dat zijn wel heel veel vrachtwagens vol. Als er oorlog zou komen, konden soldaten de bodem van de bakken laten ontploffen. Het zand en de stenen zouden dan in het kanaal vallen en het water tegenhouden. Zo kon het land tóch onder water worden gezet om de vijand te stoppen.
Gelukkig nooit nodig
De bouw van de Plofsluis begon in 1937 en was klaar in 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Gelukkig hoefde de sluis nooit te ploffen, omdat vliegtuigen steeds belangrijker werden in oorlogen. Vijanden konden gewoon over het water heen vliegen. Daardoor was het onder water zetten van land minder belangrijk geworden en kon de Plofsluis gewoon blijven staan.
Schepen moesten omvaren
Jaren later werden de schepen op het kanaal steeds groter. De opening van de sluis was te smal geworden. Maar in plaats van de Plofsluis af te breken, werd het kanaal er omheen gelegd. Dat betekent dat de Plofsluis nu een beetje naast het water staat, als een stille reus met een spannend geheim. Het is een rijksmonument, een belangrijk gebouw dat goed bewaard moet blijven. Je kunt erlangs fietsen en wandelen, en je verwonderen over het enorme betonnen bouwwerk.